Osdorpse Montessorischool

Het belangrijkste uitgangspunt in het Montessorionderwijs is “het ontplooien van zelfstandigheid, zelfredzaamheid en zelfwerkzaamheid”. Om dit te bereiken moet aandacht geschonken worden aan de individuele ontwikkeling van de kinderen, de onafhankelijkheid, het eigen tempo, de gevoelige perioden, de zintuiglijke ervaringen, de voorbereide omgeving, het Montessori-materiaal en de onderlinge hulpvaardigheid.

Voor een optimale ontwikkeling is het belangrijk, dat de kinderen zich vrij kunnen bewegen door het lokaal. Het lokaal is zo ingericht, dat de kinderen de materialen kunnen pakken en er zelf mee aan de slag kunnen. Veel vaardigheden worden eerst aangeleerd met het Montessori-materiaal. De leerkracht maakt bij het aanleren van vaardigheden zoveel mogelijk gebruik van de “gevoelige periode” van het kind. Dat zijn perioden, waarin het kind openstaat voor het aanleren van een nieuwe vaardigheid.
Elk kind wordt individueel begeleid in zijn eigen tempo. Het leert zelf een goede dagindeling te maken.

Heel belangrijk in de groei naar zelfstandigheid is samenwerking, rekening houden met en het respect hebben voor elkaar, ongeacht intelligentie en vaardigheden. Daarom is er bewust gekozen om kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar in één groep te laten werken.
De laatste jaren wordt er meer gebruik gemaakt van methodes voor o.a. rekenen en taal. Het werken met methodes houdt in dat er per dag zeker één keer een groepsles wordt gegeven. Leerlingen die dat nodig hebben, krijgen extra zorg. In de school wordt ook aandacht besteed aan motorische remedial teaching. Er is veel aandacht voor de emotionele ontwikkeling van het kind. Het motto is: “Leer mij het zelf te doen.”

< terug naar overzicht